English translation

Benin

9-8-'11

Voodoo

We zijn in Abomey waar veel van de koningen van Dahomey een paleis hebben gebouwd. Elke koning bouwde weer een nieuw paleis, dus het stikt hier van de ruïnes van paleizen. Dat die koningen van weleer niet allemaal even lief en aardig waren, merken we al snel.
We lopen achter de gids aan terwijl er zich nog snel een complete Beninese familie bij de rondleiding aansluit. De gids ratelt in rap Frans verder over alle wreedheden die de koningen uitvoerden. Marlous vertaalt zo goed en zo kwaad alle wetenswaardigheden. Dan valt onze blik op de prachtig versierde troon van koning Ghezo. Fier staat de koninklijke stoel op zijn poten. Zoals een wrede koning betaamt, steunen die poten af op de schedels van zijn vier grootste vijanden.
Via een aantal reliëfs waarop beeldend wordt geïllustreerd wat je allemaal wel niet met het hoofd van je vijand kan doen, belanden we bij 1 van de Voodoo tempels. De gids praat nu wel heel snel en we krijgen niet helemaal mee wat er hier plaatsvond. Het was iets met de vrouwen van de koning in hun menopauze die in deze tempel al dan niet vrijwillig doodgingen. “Zwangere en menstruerende vrouwen mogen niet naar binnen”, meldt de hoogzwangere gids. Zelf neemt ze plaats op een muurtje buiten de tempel. Wij doen onze slippers uit en lopen de hut binnen. Of het nu aan de koele grond in de tempel ligt of aan wat anders, we weten het niet, maar de rillingen lopen ons beiden over de rug. Snel lopen we weer naar buiten. Ook vandaag de dag nog, beoefent het merendeel van de Beninese bevolking Voodoo. Het is niks voor ons.

12-8-'11

Cotonou

Afrikaanse hoofdsteden zijn meestal niet zo heel geschikt om met je eigen auto te bezoeken. Àls er al een parkeerplaats te vinden is, dan is het te hopen dat je auto alle onderdelen nog bevat als je terugkomt. Meestal gaan we daarom de steden met een taxi of zoiets in. Dat 'zoiets' bestaat in Cotonou uit de Zemi-John. De Zemi-John is nog het beste te vergelijken met een vlieg. De straten zijn vol met zwermen van deze zoemende 100cc motor-taxi's. Ze halen elkaar aan alle kanten in, of er nu ruimte is of niet.

We nemen een Zemi-John vanaf de strandcamping waar de bus en Bronco veilig achterblijven. Totdat we de stadsgrens passeren mag de motor-taxi nog 2 passagiers vervoeren. Over de zandweg zitten we als kwik, kwek en kwak op het zoemende gevaarte. Met een “au revoir” nemen we afscheid van de chauffeur die alleen maar buiten de stadsgrens rijdt en we stappen een bakkerij binnen voor ons ontbijt. Genietend stappen we even later weer naar buiten met onze pain au chocolat in onze knuistjes. Een van de vreugden die je alleen in de voormalig Franse koloniën kunt vinden. “Nu vergeet ik nog te vragen, hoeveel het mag kosten als zo'n Zemi-John je vanaf hier naar de grote markt brengt”, mompelt Marlous terwijl ze zich weer omdraait om het te gaan vragen. Deze truuk gebruiken we overal. Voordat je gaat onderhandelen over de prijs met een chauffeur, eerst even navragen wat de normale prijs is. Een beetje 'blanken-toeslag' betalen, vinden we niet erg. Maar het moet niet het driedubbele van de prijs worden. Deze keer zit er een extra handicap bij de onderhandelingen. We moeten tegelijkertijd 2 motor-taxi's vinden. Dat blijkt niet zo moeilijk te zijn. Zodra we onze hand opsteken komen ze als zwerm vliegen op een geurende stronthoop af. De prijs is snel vastgesteld als de heren doorhebben dat we de redelijke tarieven kennen. We komen er ook vlot achter dat we zijn vergeten de 'langzaam rijden clausule' in de onderhandelingen toe te voegen. Met blote beentjes, geen helm op en al helemaal geen motorpak aan rijden we bijna 80 km/h op iets wat verrekte veel op een snelweg lijkt. Gerard verdwijnt als een stipje aan de horizon op zijn Zemi-John terwijl Marlous “aller doucement” brult in het oor van haar chauffeur. Natuurlijk spoort dat de jongen alleen maar aan om nog harder de achtervolging in te zetten.

Op het plein aangekomen waar de grootste markt van West Afrika is, zijn we de rit al snel weer vergeten. Door nauwe gangetjes lopen we via de secties, plastic slippers, glimmende nep sieraden, vlisco stoffen van Nederlandse makelij en geurige kruiden door naar de groenteafdeling. We vullen de tas met groente die we kopen van de marktdames. Die mogen we nu de hele dag meezeulen. Dit is eigenlijk het eerste land waar weer zoveel keuze uit groente en fruit is. Aan de zwaarte van de tas te voelen is keuzes maken niet ons sterkste punt.

De rest van de dag nemen we telkens een motor-taxi naar een ander deel van de stad. Bij de verkeerslichten staan alle motortjes met hun passagiers achterop rustig te praten en te lachen. Maar zodra het licht op groen springt veranderen ze echter weer in een chaotische zwerm vliegen. Alle passagiers grijpen zich vast om niet van hun taxi af te vallen. Hier gebied de eerlijkheid ons wel te melden dat hoewel Marlous bijna van de motor viel, de gemiddelde Afrikaanse vrouw moeiteloos enorme manden met groente en kippen konden vasthouden. Desalniettemin zijn we wel weer blij als we terug komen bij de bus. Marlous heeft slechts een brandwondje van de uitlaat van 1 van de motoren. Na een dag als vandaag, valt het ons mee dat dit het enige is.

14-8-'11

Zeefdrukken op het strand

Er zit een schilder een prachtig kunstwerk op de bar van de campsite te schilderen. Als hij klaar is knoopt Gerard in half Frans, half Engels een praatje met hem aan. Al pratend over zijn werk blijkt dat hij in zijn palmbomen hutje op het strand kan zeefdrukken. Daar heeft hij onder andere alle uniformen van het personeel van een meerkleurig logo voorzien. Omdat we nog geen enkel kledingstuk met een 'rondje afrika logo' hebben stelt hij voor om het Gerard te leren zodat we een paar kledingstukken kunnen bedrukken. Er zal ongetwijfeld iets betaald moeten worden voor de les, maar de grootte van het bedrag zal wel goed komen. Soms kun je je vinger er niet helemaal opleggen waarom je iemand vertrouwt, maar bij deze 'Oncle Tabasci' hebben we dat vertrouwen nu eenmaal.

De volgende ochtend verschijnt Gerard aan de deur van de hut die volledig is gemaakt van palmboomblad om zich in te schrijven voor de cursus zeefdrukken. Hij heeft alvast een wit T-shirt meegenomen om ons eerste logo op te drukken. Het is geen textiel-drukkerij zoals je die in Nederland ziet maar het vakmanschap wat 'Oncle Tabasci' aan Gerard laat zien doet niet onder voor die van zijn Nederlandse vakbroeders. De zee klinkt op de achtergrond als Gerard met behulp van Tabasci en zijn gebrekkige gereedschap zijn eerste drukmal aan het maken is. Tabasci geeft aan dat zijn gereedschap zo slecht is vanwege de zoute wind van zee, maar hij klaagt niet.
Af en toe loeren er wat dorpelingen argwanend om de hoek van het atelier van 'Oncle Tabasci'. Bezorgd vraagt een dikke vrouw met een chagrijnig gezicht, waarom Tabasci de blanke man iets aan het leren is. Het wordt al wel duidelijk dat de mensen in het dorp het maar niks vinden dat er nog niet met geld is gezwaaid. Tabasci negeert alle negatieve kreten en blijft enthousiast alle interessante technieken uitleggen.
Opeens valt Gerards oog op de boei die onder een hoop puin op de binnenplaats ligt. Bovenop zit er een zonnepaneel en waarschijnlijk zit er binnenin een accu. Tabasci had hem een jaar geleden gevonden op het strand, maar hij weet niet precies wat het is en wat hij er mee moet. Met het zelfde enthousiasme als Tabasci het zeefdrukken uitlegde, begint Gerard de boei uit elkaar te sleutelen. Binnenin zit inderdaad een in goede toestand verkerende 12 volt accu. Met wat draadjes en een schakelaartje sluit Gerard er een reserve knipperlicht lampje van de bus op aan. Hij legt uit dat de boei op het dak van de hut in de zon gelegd kan worden en dat het draadje naar binnen geleid kan worden. “Nu ben ik de eerste in het hele dorp die 's avonds elektrisch licht heeft”, zegt Tabasci verheugd. Er kijken wat dorpelingen om de hoek van de hut. Ook nu blijkt hoeveel kracht de dorpelingen toedichten aan de Voodoo. Sinister roepen ze dat 'het ding Tabasci dood zal maken'. Nuchter antwoord Tabasci dat dat wel mee zal vallen.

Aan het einde van de middag staat de eerste print op het t-shirt en Gerard is nu zelf in staat om een zeefdruk te maken. Dan komt natuurlijk het moment waarop Gerard probeert duidelijk te maken dat hij wel iets wil betalen voor de cursus. Berustend zegt Tabasci zat hij liever geen geld heeft. “Dat ben ik vanavond toch kwijt als alle dorpelingen hun deel komen opeisen”. Het geeft weer aan dat het niet altijd zin heeft om in Afrika 'beter' en 'harder' te werken dan iemand anders. Ergens stemt het Gerard somber. In dit rieten hutje aan de zee werkt een echte vakman maar verder komen dan dit hutje zal hij waarschijnlijk niet. Ter compensatie overhandigt Gerard een paar nieuwe gereedschappen die de hij goed voor z'n vak kan gebruiken.

17-8-'11

Pech

We ontmoeten een koppel dat op de motor de wereld aan het rondrijden is. Zoals altijd met andere reizigers komt het gesprek al snel op de reparaties die we aan de voertuigen hebben moeten uitvoeren onderweg. Snel maken we de balans op:

Onze pech valt nog wel mee als we het vergelijken met de horrorverhalen van andere reizigers over opgeblazen motoren, versleten versnellingsbakken, doormidden getrilde frames en gescheurde daken. Toch kunnen we de teleurstelling niet onderdrukken als Gerard ontdekt dat 1 van onze schokdempers kapot is en dat de veerplaten ook zijn gebroken. Als we de extra luchtvering uitzetten dan hangt de voorkant van de bus bijna geheel op de grond.
Wordt vervolgd...