English translation

Kameroen

8-7-'11

Stappen in Yaounde

We zijn uitgenodigd om te gaan stappen met een tweetal dames die bij de Europese unie werken. Of om preciezer te zijn, we zijn uitgenodigd door een stel reizigers die op hun beurt weer zijn uitgenodigd door de dames. Voor wie de draad nu kwijt is, het doet er ook niet precies toe, maar uitgenodigd of niet, nu staan we te wachten op een taxi.
Eén van de dames heeft een relatie met een Kameroenees en om te voorkomen dat we de 'blanke' prijs voor het gele gevaarte moeten betalen houdt de man een taxi aan terwijl wij verdekt opgesteld staan te wachten. Na de prijsonderhandelingen krijgt de chauffeur 5 blanken in zijn auto geduwd. Even kijkt hij teleurgesteld. Je ziet hem bijna denken, “ik ben beetgenomen”. Maar dan duwt hij zijn voet op de bodem en die gaat pas weer van het gas af als we de beat van gezellige Afrikaanse muziek in een buitenwijk horen.
Bij de bar aangekomen, ontdekken we dat je het eten buiten bij de 'Afrikaanse mama's' moet bestellen. Naast een rokende houtgrill liggen stapels onbekende verse vis. Op goed geluk kiezen we er een aantal uit. Onze gastheer en dames onderhandelen over de prijs waarna het eten door de vrouwen wordt bereid. Natuurlijk ontbreekt ook hier het bestek weer, dus eten we de heerlijke vis met onze handen op. We beginnen zo langzamerhand ervaren te worden in het eten met de handen. Helaas zullen we de volgende ochtend ontdekken dat onze handen nog steeds naar vis ruiken.

Tijdens het eten komen we in gesprek met de man uit Kameroen. Hij blijkt een vrij bekende Kameroense rapper te zijn. Helaas voor de muzikant, kan hij niet naar Europa. Wij klagen af en toe dat een visum voor sommige landen moeilijk is te krijgen maar dat is nog niks vergeleken met de moeite die een Kameroenees moet doen om een toeristenvisum voor Nederland te krijgen. De rapper is al voor veel Europese muziekfestivals uitgenodigd om te komen optreden maar vanwege de visa is dit simpelweg onmogelijk voor hem. Volgens ons is dat maar wat jammer want de Kameroense muziek die we die avond horen is een genot om naar te luisteren.

Na het eten voeren we de taxitruuk weer uit en belanden we in een nacht-club. Anders dan in Europa gaat het nachtleven hier zoals in alle Afrikaanse grote steden gepaard met prostitutie. Terwijl wij met ons gemêleerde gezelschap de avond af sluiten met een biertje zien we meerdere zeer kortgerokte dames op hoge hakjes langs stiefelen aan de arm van een heer. Als Marlous de mannen zo bekijkt maken ze hun tekort aan knapheid wel weer goed met geld. Tenminste dat menen we te kunnen afleiden aan de grote glimmende zonnebrillen en de gouden kettingen.
Als tegen vier uur de lichten binnen worden uitgedaan lopen we met de andere reizigers terug naar de campsite. We zijn blij dat we morgen niet hoeven te werken zoals het ambassadepersoneel. De volgende ochtend besluiten we dat het wijzer is om ons geplande vertrek uit Yaoundé een dagje uit te stellen.

In Kameroen...

In Kameroen kun je een schoolbeurs winnen door veel bier te drinken

Sommige biermerken hebben punten in de vorm van de waarde van de lokale munteenheid onder de bierdop zitten. Daardoor werden bierdopjes tijdelijk zelfs als betaalmiddel geaccepteerd. Eén biermerk geeft je zelfs de mogelijkheid om een beurs te winnen in de grote bierdopjes loterij. Het is dan ook niet voor niets dat de Kameroenezen per hoofd van de bevolking het meeste bier ter wereld drinken.

 


In Kameroen noem je jezelf als geldwisselaar op straat ook direkteur

Als je euro's wisselt op straat kan het je gebeuren dat de geldwisselaar je met het meest serieuze gezicht zijn visitekaartje overhandigt. In professionele drukletters staat daar dan het woord directeur op. Eronder staat dat het 'bedrijf' in kwestie geld wisselt op straat en als adres staat er dan 'in de omgeving van de supermarkt'.

 


In Kameroen blijf je op de motor in het regenseizoen ook droog

In elk iets groter stadje zie je naast de gele taxi's ook motoren rondrijden die als taxi fungeren. Er passen naast de chauffeur tot maximaal 3 passagiers op. Om het geheel een beetje aantrekkelijk te houden zit er op het stuur een paraplu gemonteerd zodat je in de zware regen tijdens het regenseizoen ook droog blijft.

 


In Kameroen is het gebruik van tropisch hardhout geen taboe

Aan de ene kant beginnen mensen hier wel te beseffen dat de houtkap niet voor eeuwig door kan gaan maar aan de andere kant is het een enorme bron van inkomsten. Voor ons is het wel confronterend om tussen de trucks met ladingen bomen te rijden. Thuis is het maar een ver van je bed show als je leest dat het regenwoud aan het verdwijnen is. Hier is het de werkelijkheid.

 


In Kameroen zet je wat je NIET hebt op de menukaart

We kijken er al lang niet meer van op. Je kunt hier een menukaart krijgen in een restaurant. Wat lekkers uitzoeken waarna de ober je vertelt dat ze dat nu net niet hebben. Als je dan vervolgens iets anders uitkiest, deelt hij je mee dat je tweede keus er ook niet is. Op de vraag wat er dan wel is, hebben we al eens het antwoord gehad dat niks van de menukaart leverbaar is.

 


10-7-'11

Regenponcho-tijd

Er zijn een aantal stukken weg die bij iedere overlander berucht zijn. De Mamfé route om Kameroen uit te komen is er 1 van. In het regenseizoen verandert dit stuk weg in een grote blubberzooi, of zoals de reisgids zegt, “dit stuk weg kan je stukje persoonlijke hel voor enkele weken worden”. Wij zitten op dit moment in een 'minder natte periode' en moeten het hebben van een flinke portie geluk.
Voordat we aan de weg gaan beginnen brengen we eerst nog wat tijd door aan zee. Helaas regent het daar continu. Dat voorspelt niet veel goeds voor de nog komende route. Op dit moment lopen we de hele dag rond als Casper het spookje. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat stortregent het. Hoewel we misschien lichtelijk voor lul lopen, blijven we wel droog onder onze regenponcho's. Het stadje Limbe schijnt de een na natste plek ter wereld te zijn. Als we die middag tot onze enkels door het water waden op weg naar het apen-opvang-centrum twijfelen we niet meer aan deze bewering.

12-7-'11

De laatste barrière

We rijden van de kust af in de hoop daarmee de regen achter ons te laten. Het begint wel minder te regenen maar de weg blijft nat. We vragen ons hardop af of het uitgestelde vertrek wel zo verstandig is geweest. Het zal toch niet zo zijn dat het avondje doorzakken in Yaounde er net voor zal zorgen dat we in de volle regens dit stuk weg moeten rijden?
Dan komen we bij de eerste hindernis aan. Er ligt een stuk modder van ongeveer 200m waarbij het spoor voor het rechter wiel bijna een halve meter hoger ligt dan die voor het linker wiel. Eerst gaan we te voet op verkenningstocht door de blubber om een geschikt pad te zoeken waardoor we minder scheef gaan. Het halve dorp is ondertussen aangesneld en moedigt ons aan om het maar gewoon te doen. We leggen ze uit dat we aardig wat gewicht op het dak hebben en dat we absoluut niet willen kantelen met de bus. Terwijl we rond plonzen in de modder hebben de vliegbeesten het op onze enkels gemunt. Elke succesvolle aanval van hun kant resulteert in een bloedend gat. De jongens melden ons bezorgd dat we daar ziek van kunnen worden en helpen ons af en toe door een welgemikte mep te geven. Gek genoeg zijn alleen onze benen smakelijk en hebben de jongens nergens last van.
We wikken en wegen maar hebben geen andere keus dan het maar gewoon te doen. Anders komt de bus natuurlijk nooit terug in Nederland. We zetten de vering van de bus in de hoogste stand. Rustig rijden we door de eerste modder. Dat gaat goed. Bij het schuine stuk sturen we omhoog om uit de greppel te komen, maar wat we vreesden gebeurt nu ook. We gaan nog wel vooruit maar tegelijkertijd glijden we zijdelings terug de greppel in. Terwijl de bus steeds schuiner gaat hangen bedenkt Marlous zich geen moment en klimt half uit het raam. Niet om het zinkende schip te verlaten maar om er als volleerd zeiler aan te gaan hangen. Het werkt, de bus kantelt niet. We ploegen langzaam verder totdat we het einde van het modderstuk hebben bereikt. Opgelucht kijken we elkaar aan. Maar na de opluchting volgt er ook meteen de vrees voor de dag van morgen. Vandaag hebben we slechts de route tot aan het begin van de beruchte weg gereden. Feitelijk zijn we nog niet eens begonnen aan het echte slechte stuk weg.

Na een korte nacht worden we wakker door de wekker en gelukkig niet vanwege het getik van de regen. Snel gaan we weer op pad om de laatste 60km naar de grens te volbrengen. Nu het droger is gaat het wonderwel goed. Dan stuiten we op 3 vast zittende vrachtwagens. Het pad is zo smal dat passeren onmogelijk is. Ondanks dat er een heel team aan het graven is, lijkt het erop dat dit nog wel even gaat duren. Als het dan op de koop toe ook nog eens begint te regenen, daalt onze stemming tot ver onder het nulpunt. Binnen een paar minuten vormt er zich een dun laagje glibbermodder op de weg, dat zo glad is, dat je niet eens meer tegen de helling op kunt lopen. Zo langzamerhand begint de weg aardig op de beschrijving uit de reisgids te lijken. Onze persoonlijke modderhel.
Vier uur later zijn de vrachtwagens toch nog losgekomen. De regen is weer een tijdje gestopt. We starten de motor en wonderlijk genoeg rijden we zonder veel moeite door deze modder-kuil. Dat geeft de burger moed en de stemming wordt een stukje vrolijker.
Dan zitten we 20km voor de grens opeens toch nog weer flink vast. In de stromende regen graven we in de modder die zo langzamerhand tot in ons ondergoed zit. Maar, zo denken we, “elke meter is er weer eentje dichterbij Nigeria”. Twee jongens op een motorfiets bieden aan om te helpen duwen en dat is net het zetje wat de inmiddels al lang niet meer gele bus nodig heeft. We horen een schrapend geluid omdat we half tegen een modder-muur aanhangen. Dan zijn weer weer los. Weer een hindernis verder!
Bij de volgende poel zien we een andere auto vastzitten. Er is één jongen aan het werk terwijl er vijf mensen staan toe te kijken. Vreemd denken we. Gerard pakt de schep en begint de jongen die de taxi-chauffeur van de overige mensen blijkt te zijn, te helpen. Als zijn auto los is gebaart hij ons dat wij nu moeten. De bus ploegt zich op eigen kracht door dit stuk heen maar we gaan graag in op het voorstel van de taxi-chauffeur om samen op te gaan rijden. Er ontwikkelt zich een ritueel wat zich bij elk lastig stuk herhaald. Alle passagiers inclusief Marlous stappen uit en begeven zich met opgestroopte broekspijpen tot hun knieën door de blubber. Aan de andere kant worden de slippers gespoeld in een plas terwijl er gewacht wordt tot de beide auto's ook aan de overkant zijn. Eigenlijk vinden we het wel komisch. De passagiers van de bush-taxi zijn gewoon goed betalende klanten. Het zijn zakenmensen die onderweg zijn naar Nigeria. We stellen ons zo voor dat je in Nederland een taxi neemt van Enschede naar Amsterdam en dat je ergens in de polder om de 10 minuten moet uitstappen om de taxi en een geel busje van een stel toeristen door een akker heen te duwen. Toch zijn de zakenmensen blij met het gesloten pact. Wij moeten hen vaker duwen dan zij ons maar wij hebben die keer dat we vastzitten hun mankracht hard nodig. Het werkt voor beide partijen prima en zo belanden we tenslotte toch op de grens met Nigeria.

De eerste nacht in Nigeria zijn we in euforische stemming. We hebben het hem maar mooi geflikt. De laatste van de beruchte wegen in Afrika zit erop. Vanaf nu hóeft het niet meer moeilijk te zijn. We kamperen die nacht op de parkeerplaats van een hotel. Zowel wij als de bus zitten onder de modder, hoewel we de modder van onszelf ondertussen vakkundig door het doucheputje hebben gespoeld is de bus nog steeds bedekt met een dikke laag smeer.
Om 5 uur 's nachts schrikken we wakker omdat er iemand aan de bus zit. Gerard schiet uit bed en kijkt vanuit het pop-up dakje wat er buiten gaande is. Gelukkig gaat het niet om een inbreker maar om een jongen die de bus staat te wassen terwijl wij erin liggen te slapen. Dat laatste had die beste jongen natuurlijk niet door. Voor één moment willen we de schuifdeur uit stormen om te vragen waar hij wel niet mee bezig denkt te zijn. Tot we ons bedenken dat het hij ons een hoop werk bespaart. We draaien ons nog eens lekker om. Morgen zien we wel wat het 'kaboutertje' ervoor wil hebben.*


*De schade in in geld voor onze 'nachtelijke entrepeneur ' bedroeg zegge en schrijve 1 euro en 50 cent. De tocht naar de grens leverde ons wel flink wat lakschade op. Op veel plekken konden we het blanke staal zien maar gelukkig hadden we nergens deuken of erger. Een spuitbusje geel lapt de schade tijdelijk op. Dat de bus er begint uit te zien als een gele Dalmatiër, nemen we maar voor lief.