English translation

Gabon

29-6-'11

Als in 'the sound of music'

We komen Gabon binnen en het is meteen duidelijk dat we weer in een iets moderner land terecht zijn gekomen. We rijden nog steeds op een zandweg maar we zien geen geulen meer in de weg waar een boot doorheen zou kunnen varen.
In het grensplaatsje kloppen we aan bij een missiepost gerund door Franse nonnen. De dames in kwestie zijn de 80 al een tijdje gepasseerd maar we hebben in geen tijden mensen zo hard zien werken als deze zusters. Marlous vraagt aan 1 van hen of we hier de nacht mogen doorbrengen. Het nonnetje antwoord dat dat natuurlijk mag en begint vervolgens de namen van alle bomen in de tuin op te sommen. In het gesprek wat volgt vertelt ze Marlous nog een keer of 5 de namen van alle bomen om ons heen. Uiteindelijk wijst ze een plekje naast de groentetuin aan waar we de bus kunnen neerzetten. We installeren ons terwijl de beide zusters verder werken op hun lapje grond. Zo langzamerhand voelen ons alsof we een rol hebben gekregen in the Sound of Music.

De volgende ochtend zien we de beide krasse nonnetjes alweer vroeg met de kruiwagen in hun lichtblauwe habijt heen en weer hollen. Nadat ze geïnformeerd hebben of we goed geslapen hebben en de meest demente van het stel ons nogmaals onderwijs heeft gegeven in de namen van de bomen, nemen we afscheid.

2-7-'11

In een piroque over de rivier

We monsteren in Lambaréné wederom aan bij een missiepost. Vrij vertaald is naam van dit katholieke hostel, ' De zusters van de onbevlekte ontvangenis'. De meeste missies zijn zeer gastvrij en hebben vaak een veilig plekje om te kamperen, wat gastenkamers en soms ook een douche. De 'zusters van de onbevlekte ontvangenis' zijn iets jonger dan hun collega's in de vorige missie, maar de ontvangst is er niet minder hartelijk om.


We ontmoeten er 2 buitenlandse bankiers uit de hoofdstad die een weekendje weg zijn. Ze zijn van het soort dat we overal in Afrika tegenkomen, blanke, iets te dikke 50-ers die voor een paar jaar gestationeerd zijn in Afrika. Deze 2 vormen geen uitzondering op het feit dat dit meestal ontzettend vriendelijke en geïnteresseerde mensen zijn die zich hier nogal vervelen. “Willen jullie morgen met ons een boot delen om de rivier op te varen?”, is hun voorstel. We nemen het aanbod graag aan. Zo kunnen we de kosten ook mooi delen.
Zo komt het dat we de volgende dag samen met de 2 mannen en hun jonge Gaboneese vriendin, Olive, in een piroque over de rivier varen. Helaas is dit niet van lange duur, want al na 1 minuut begint de motor te sputteren en vallen we stil in het midden van de rivier. Geen benzine meer, is de conclusie. Hortend en stotend weet de bestuurder het bootje nog net naar de kant te krijgen. Na een half uur oefenen in Afrikaans geduld kunnen we weer verder met 5 vers gevulde jerrycans. Omdat er op verschillende plaatsen water de boot in stroomt leggen we een trui op het grootste gat en hozen we af en toe wat water uit de boot.
Genietend kijken we om ons heen. Zo nu en dan worden we ingehaald door lokale mensen die in een uitgeholde boomstam met daaraan een Yamaha motor onderweg zijn. Af en toe leggen we aan bij een dorpje ver in de jungle. Het is wel bijzonder om te bedenken dat de 'beschaving' met zijn autowegen hier nog niet is doorgedrongen. Ook de eerste ontdekkingsreizigers moeten deze rivier hebben gebruikt om de binnenlanden van Gabon te verkennen per raderboot.
De jongen die de boot bestuurt heeft nog niet echt nagedacht waar we heengaan dus roepen we zelf maar als we willen aanleggen bij wat hutjes langs de rivier. De vriendelijke mensen in het dorp leven van de visvangst. Na een spontane rondleiding langs een primitieve vis- drogerij kopen we een paar gedroogde vissen. Nadat iedereen weer in de boot zit, duwt Gerard die als bootsjongen fungeert de boot behendig van de kant om er vervolgens weer op te springen. Terugvarend naar Lambaréné stellen we voor om een bezoek aan het Albert Schweitzer museum, wat ook aan de rivier ligt, te brengen. De bankiers vinden het ook een goed idee dus laten we ons op de oever bij het museum afzetten. De Duitse arts, Albert Schweitzer heeft hier veel onderzoek gedaan naar tropische ziektes. De rillingen lopen ons over de rug als we de medische instrumenten zien waarmee er anno 1900 aan mensen werd 'gesleuteld'.
Na het bezoek aan het museum nemen we een taxi terug naar de 'zusters van de onbevlekte ontvangenis'. Het feit dat we met 6 mensen in een kleine taxi passen vinden we ondertussen al heel normaal. Overal in Afrika passen er namelijk veel meer mensen in een auto dan dat er zitplaatsen zijn.
Die avond gaan we uit eten met Olive en de twee bankiers. Olive bevestigt het beeld wat we al hadden van de Gabonezen. De mensen hier zijn in eerste instantie wat gereserveerd en gesloten maar als je even met ze praat wordt het erg gezellig. Op de 1 of andere manier voelt het wel vertrouwd. Pas na een tijdje begint het ons te dagen aan welk ander land ons dit doet denken. Het heeft namelijk wat weg van de Nederlandse mentaliteit.
Olive adviseert ons wat lekker is en dat pakt goed uit. Ze kan alleen niet voorkomen dat Gerard de als kleine gele paprika vermomde peper in zijn geheel in zijn mond steekt. Ze slaakt een kreet van afschuw, maar het is al te laat. Het zweet wat in dit klimaat al makkelijk stroomt, loopt hem nu in straaltjes van zijn voorhoofd. De tafel leeft even met hem mee maar gezien het feit dat de bankiers al 2 flessen goede wijn hebben getrakteerd, is het talent tot inleving inmiddels wat afgenomen.
Na het eten wat erg lekker was ondanks dat het wel in Afrikaans tempo werd geserveerd (lees anderhalf uur wachten) rijden we weer terug naar de 'zusters van de onbevlekte ontvangenis' om de avond af te sluiten met een laatste biertje.