English translation

Congo Brazzaville

18-06-'11

In de verkeerde modus

Na het gedoe in de DRC rijden we uitgeput de grens naar Congo (Brazzaville) over. De exacte grens is niet meer dan een landweggetje met een steen ernaast. We hopen dat de tweede Congo positiever gaat zijn dan de eerste. In de DRC zijn we helemaal gek geworden van alle corruptie en de agressie. Daardoor zijn we nog steeds in opperste staat van argwanendheid. Of zoals wij het zeggen, in DRC-modus.

We naderen de immigratiedienst van de Congo. Als de eerste douaneman om onze papieren vraagt kijken we stuurs voor ons terwijl we de papieren stevig vast blijven houden zodat hij ze alleen maar kan bekijken. Dan blijkt dat dit de man is die een stempel op onze paspoorten gaat zetten. Dat gaat natuurlijk een beetje moeilijk als Gerard ze blijft vasthouden. Nadat de stempel is gezet verwachten we natuurlijk de vraag “hebben jullie nog een cadeau voor mij?” voordat we de paspoorten terug krijgen. Maar die vraag komt niet. Nadat we alle documenten terug hebben gekregen is het enige wat de man vraagt hoe het met ons gaat. Zo kan het dus ook.

Als we melden dat het met ons wel goed gaat, maar dat de bus nogal dorst heeft bedenkt hij zich niks en stapt op zijn brommertje om ons de weg te wijzen naar een 'tankstation' waar zo'n 30 liter benzine te koop staat in jerrycans. Omdat we nog geen Afrikaanse franken hebben wijst hij ons ook het wisselkantoor. Daar zijn ze niet op de hoogte van de wisselkoers met de Euro, dus wisselen ze het maar tegen de koers die wij noemen. We moeten nog even aan de vriendelijkheid en de eerlijkheid hier in Congo wennen.

Af en toe vergissen we ons nog en gaan we automatisch in de DRC modus. In een stad loopt een jongen achter Gerard zijn aandacht te trekken. Als de jongen Gerard ook begint aan te tikken snauwt Gerard hem toe dat hij op moet zouten. Dan wijst de jongen op de routekaart die bijna uit Gerards achterzak valt. Hij wilde alleen maar behulpzaam zijn. We schamen ons diep voor onze argwaan.

25-06-'11

Ervaren reizigers?

In Brazzaville de hoofdstad van de Congo komen we een ander reizend stel tegen die de omgekeerde route van ons rijdt. Tot nu toe kregen we altijd reacties die neerkwamen op een verkapte mededeling dat we met onze auto nooit door de beide Congo's van het ruige West Afrika konden komen. Opeens zijn we op het punt gekomen dat mensen ons om raad vragen. De man van het stel duikt samen met Marlous in de kaarten. Voor het eerst hebben wij meer info te geven dan dat we ontvangen.
Ook een motorrijder slaakt niet de gebruikelijke kreet van ontzetting als we vertellen waar we vandaan komen en wat we nog van plan zijn. Het feit dat we de beide Congo's en Angola bijna achter ons hebben liggen maakt dat we het moeilijkste deel van de reis hebben gehad, zegt men. Als ook de motorrijder tips van ons wil hebben voelen we ons opeens een stel ervaren reizigers.

Enkele dagen later gaan we op pad om via Oyo de grens richting Franceville in Gabon over te gaan. Na 600 km stuiten we op een enkelspoors weg van heel zacht strandzand. Na 1 kilometer zitten we zo vast dat de motor op het zand ligt. Met nog 100 km van dezelfde wegkwaliteit tot aan de grens te gaan, moeten we tot onze teleurstelling toegeven dat dit de eerste weg is die ons busje niet aankan. Het zou teveel tijd gaan kosten en het risico op schade is het niet waard. Aangezien de Chinese wegwerkers hier al zijn te vinden, concluderen we dat we hier een jaar te vroeg zijn. We rijden dezelfde 600 km weer terug naar Brazzaville om het via een andere weg (via Dolisie) te proberen. Dit blijkt in het droge seizoen een beter alternatief te zijn. Wat zeiden we ook alweer over ervaren reizigers? De technische term 'trial en error' lijkt hier meer op zijn plaats.

26-06-'11

Culinaire hoogte- en diepte-punten

Langs de weg zien we hier vaak een soort pakketjes liggen. De verkoopsters van de etenswaar zijn meestal gekleed in een jurk van een kleurige stof. De hoofddoek die in een ingewikkelde knoop rond het hoofd ligt is van diezelfde stof. De dame waarbij wij onze aankoop doen heeft een baby op haar rug hangen in een doek van hetzelfde dessin. We betalen de vrouw 40 cent voor 2 van de worstvormige items. Nadat we de verpakking die bestaat uit stro en bananenbladeren hebben geopend verschijnt er een soort wittige worst. Tijdens de eerste hap ontdekken we dat het smaakpalet voor ongeveer 20% uit mais-meel bestaat, 20% uit maniok en voor de overige 60% hebben we het vermoeden dat het bestaat uit de rubberachtige onderlaag van een heel oude vloerbedekking. We zijn allebei nog steeds bezig met het doorslikken van de eerste hap maar besluiten de uitdaging na een paar minuten op te geven. De rest is voor de hond, de bofkont. Helaas voor Bronco, valt het ook bij hem niet goed. Het resultaat is een hondsberoerde hond die nacht.

Favoriet bij Gerard zijn de larfachtige wormen, die wederom in een bananenblad langs de weg worden verkocht. Bij voorkeur nog kronkelend. Als we ze geheel bereid en netjes gegarneerd met wat peterselie aantreffen in een sjiek restaurant in de hoofdstad durft hij het aan. De ober heeft er ook lol aan dat hij het gerecht eens aan een blanke kwijt kan. Vol verve doet hij 2 volle scheppen op het bord. Aan tafel aangekomen besluit Gerard maar te beginnen met de geroosterde wormen. Tot zijn grote verbazing zijn ze uiterst smakelijk. Zonder moeite eet hij dan ook zijn bord helemaal leeg.

Een absoluut dieptepunt vinden we het zogenaamde bushmeat. We hebben het natuurlijk niet geprobeerd want het is hartstikke illegaal. Ook hier in de Congo is het officieel verboden om apen te stropen of te eten. Na ons bezoek aan de Bonobo's in de DRC zijn we dan ook zwaar geschokt als we uit moeten wijken voor een auto waar allemaal handelswaar in ligt en aan hangt. We missen namelijk op een haartje na de 3 apen die aan hun staart aan de buitenspiegel bungelen. Diep treurig!

27-06-'11

In konvooi met sloompie

Volgens de Nederlandse ambassade is de Congo geheel veilig om in rond te reizen. Toch komen we als we onderweg zijn van Brazzaville naar Gabon tot stilstand voor een slagboom op een slechte zandweg. De militairen leggen ons uit dat we eerst een stuk in konvooi moeten rijden en dat er daarna een militair in de auto mee moet rijden. Aangezien we op deze weg bijna stapvoets rijden en continu worden ingehaald door andere weggebruikers gaat dat geen pretje worden. Maar we hebben geen keus en sluiten ons aan bij een witte Toyota Landcruizer. Als we vertrekken zien we terreinauto er vandoor spurten en na twee bochten zien we alleen nog maar een dichte stofwolk boven de weg hangen. “Nou lekker dan” denken we. Na 5 minuten komen we de auto weer achterop en de begeleidende militair komt heftig gebarend naar ons raam. “Je moet ons wel volgen” schreeuwt de man. Marlous springt uit de bus en besluit op de charmante toer te gaan. Ze wijst op een willekeurig onderdeel op ons roofrack en deelt mee dat die onder de auto hoort te zitten en dat we niet harder kunnen. Het is een klein leugentje want het is meer een kwestie van niet willen maar de militair snapt het en brengt onze excuses over aan de andere chauffeur. Ergens hebben we ook wel een beetje medelijden met de andere auto die opgescheept zit met het sloomste jongetje van de klas, maar op deze bizar slechte weg gaan we niet de bus in de vernieling rijden.

Gelukkig voor de auto voor ons krijgen we bij de volgende militaire post onze eigen militair toegewezen en rijden we alleen verder in ons eigen tempo. De man neemt met een benauwd gezicht plaats op de bijrijdersstoel, alsof hij op kapot glas gaat zitten. De reden hiervoor is Bronco, die zich inmiddels nieuwsgierig tussen de voorstoelen heeft gepositioneerd. Marlous heeft ondertussen alle tijd om het vreemde tafereel voorin vanaf de achterbank te bestuderen. Op de bijrijdersstoel zit de soldaat in een gescheurd uniform met zijn geweer in zijn handen geklemd, daarnaast zit Bronco die af en toe een waarschuwende blik opzij werpt waardoor de man nog verschrikter lijkt en aan de andere kant zit Gerard die nu alle moeite heeft om de bus met het extra gewicht van de man heel over de weg te krijgen. Tegen alle verwachtingen in heeft de man geen haast en help hij zelfs mee met het kijken naar gaten in de weg.
Nadat hij zich heeft voorgesteld als Mbenge en foto's heeft laten zien van zijn vrouw en dochter hebben wij ook weer wat meer vedusie in het idee van een militaire escorte. Er ontvouwt zich een leuk gesprek in het Frans. Ons Frans wordt gelukkig met de dag minder dramatisch dus we kunnen elkaar enigszins begrijpen.
We krijgen het idee dat we het einde van de escorte naderen als Mbenge begint te zeuren om een blikje fris of bier. Normaal doen we daar niet aan mee, maar zo redeneert Marlous “een goede ober in een restaurant krijgt een fooi voor zijn service” en Mbenge heeft ons ook meer service geleverd dan dat zijn baan strikt genomen zou vereisen. Dus we diepen uit de koelbox het laatste blikje ondrinkbaar Chinees rijstbier op en overhandigen hem dat. Mbenge kijkt blij maar dat zal wel anders worden als hij er vanavond zijn eerste slok van neemt.

29-06-'11

Stof, stof en nog eens stof

De Congo heeft dan misschien niet veel toeristische attracties te bieden. Tenzij je 700 euro te besteden hebt, zodat je hand in hand met een gorilla door de jungle kan wandelen is dit wat je krijgt. Het is het donker Afrika zoals je het je thuis voorstelt. Een ondoordringbare jungle en vriendelijk zwaaiende bevolking langs de zandwegen van matige kwaliteit. De wegen zijn alleen in het droge seizoen te berijden, maar dat gaat wel gepaard met één nadeel, en dat is stof...
Heel fijn alles doordringend rood stof. Na enkele dagen rijden zien we er hetzelfde uit als de omgeving, namelijk lichtrood. De struiken die van zichzelf een groene kleur hebben zijn allemaal herfstachtig rood net als de kleur van het zand waar de weg uit bestaat. In Brazzaville hebben we de bus van binnen en van buiten gepoetst maar alles is alweer overdekt met een laag stof.

Als de hond 's avonds zijn kop optilt en weer neerlegt komen er rode stofwolkjes uit zijn oren. Kortom het is tijd dat we weer de beschaving ingaan. Ondanks dat we genoten hebben van dit land hebben we ook wel weer zin om Gabon morgen in te rijden. We hebben gehoord dat ze daar zelfs asfaltwegen hebben!