English translation

DRC

11-6-'11

Einde van de reis?

Met een flinke knoop in onze buik rijden we richting de grens tussen Angola en de DRC (Congo Kinshasa, voormalig Zaïre). De ambtenaren van de DRC staan bekend als 1 van de corruptste van Afrika en we hebben eigenlijk geen zin in al het gedoe.
We rijden de Angolese kant van de grens op maar de douanier die onze paspoorten moet stempelen weigert dit. Begint het nu al denken we? Hij legt uit dat de DRC geen toeristen meer binnenlaat die het visum niet in hun thuisland hebben aangevraagd. Wij hebben ons visum in Windhoek (Namibië) aangevraagd en gekregen maar sinds kort kom je er dan dus niet meer in. We horen het verhaal aan maar denken er het onze van. Het lijkt ons sterk want er is volgens ons 3 dagen geleden nog een auto met 2 Nederlanders deze grens overgegaan. Maar de man is niet te vermurwen en wil eerst met ons naar de DRC kant voordat hij ons uitstempelt.
Daar aangekomen moeten wij in niemandsland blijven terwijl onze paspoorten naar de chef van de douane gaan. In de verte zien we de beste man om 11 uur 's ochtends al achter het bier zitten. We balen van de situatie die wel heel sterk op een scam lijkt. Dan zien we opeens een bekend gezicht. Het is de Nederlandse Karin die we enkele dagen geleden in Luanda hebben ontmoet. “Waren jullie niet van plan om de grens 3 dagen geleden over te gaan”, vragen we haar. Ze ziet er afgepeigerd uit en er volgt een heel verhaal. Ze zitten hier al 3 dagen vast en de Nederlandse ambassade is hen te hulp geschoten. Angola konden ze niet meer in omdat ze waren uitgestempeld en DRC liet ze niet binnen. Wat een situatie. Maar nu mogen ze na bemiddeling van de Nederlandse ambassade, eindelijk de DRC in. Maar zegt ze, “dat geldt dus niet voor jullie, jullie zijn nog niet uitgestempeld”.

Samen met de Angolese beambte rijden we nadat we Vincent en Karin veel plezier hebben gewenst terug naar de Angolese kant. Hier eindigt ons Rondje Afrika dus, denken we. De beambte meldt dat we moeten wachten omdat er misschien nog een telefoontje gaat komen dat we wel door kunnen. We besluiten eerst maar wat te drinken en daarna weer verder te kijken.
Dan, na een uur mogen we ons opeens laten uitstempelen. We moeten snel beslissen of we het aandurven. Straks staan we ook vast. Volgens de info van Angola heeft de DRC beloofd ons ook door te laten. We kunnen het bijna niet geloven, maar wagen de gok. Tot onze verbazing worden we zelfs opgehaald door een beambte van de DRC.

We snappen er niks van. We krijgen opeens alle hulp om snel door de douane te komen. Nergens wordt om smeergeld gevraagd en we hoeven nergens lang te wachten. We voelen ons een beetje als Loekie de Leeuw. We kunnen de asjemenou blik moeilijk van ons gezicht houden. Eerst denken we dat de reis bijna is afgelopen en dan staan we opeens in de DRC.
Doodvermoeid zitten we die avond bij een missiepost voor de bus. We snappen nu waarom Karin er zo afgepeigerd uitzag. Soms is de logica in Afrika niet te snappen. We vermoeden dat men bij de grens dacht dat de uitzondering die er voor Vincent en Karin is gemaakt, voor ons ook gold. Dit had niks met corruptie te maken maar waarschijnlijk met diplomatieke* betrekkingen.

*een week later horen we dat men op de grens direct bij onze aankomst de Nederlandse ambassade heeft gebeld om na te vragen of de 'uitzondering' ook voor de andere 2 Nederlanders gold? De ambassadeur had geen flauw idee waar het over ging maar besloot te doen alsof zijn neus bloedde en zei, ja...

14-6-'11

Make love not war

We rijden naar Kinshasa om de veerboot naar de andere Congo (Brazzaville) te nemen. Helaas horen we daar dat het waterpeil in de rivier zo laag is dat de veerboot in Brazzaville zo'n 5 meter onder de kade uitkomt. Gisteren schijnt er in Brazzaville een auto na 6 dagen onderhandelen met een hijskraan van de boot gehaald te zijn en de mensen hier kennende zal dat vast en zeker geen goedkoop grapje zijn geweest. Aangezien er nog een andere grensovergang is gooien we het plan voor de zoveelste keer om. We gaan 200km terugrijden over de hoofdweg om vervolgens via een berucht slechte zandweg een ander pontje de plomp over te nemen.
Op de weg terug stoppen we bij het Bonobo opvangcentrum net buiten Kinshasa. De Bonobo is 1 van de 5 mensapen en komt alleen voor in de DRC. Ondanks dat het verboden is, is er hier een rijke handel in apenvlees. Het aantal is in een paar jaar tijd van 100.000 gereduceerd tot 10.000. Zijn beroemdheid heeft de aap vooral te danken aan het feit dat hij conflicten op een vrij bijzondere manier worden opgelost. Elke vorm van stress wordt de kop ingedrukt door te gaan sexen.
Als we bij een groepje Bonobo's staan geeft 1 van de verzorgers ze wat te eten. Er ontstaat een klein opstootje in de groep maar voordat die escaleert lossen ze het alweer op door sex te hebben. De ruzie ontaard in een ware orgie. Mannetjes met vrouwtjes, mannetjes met mannetje en vrouwtjes met vrouwtjes. We weten niet wat we zien.
We zijn de eerste bezoekers in dagen en al snel staan we met een stel onderzoekers bij de wees-aapjes groep. Ze vertellen over hun onderzoek en we beginnen het gevoel te krijgen alsof we in een aflevering van Animal Planet terecht zijn gekomen.
Die nacht brengen we door op het terrein van het opvangcentrum. Behalve voor de bedreigde Bonobo heeft men hier ook altijd een plekje over voor een sporadische reiziger. We horen de Bonobo's af en toe gillen en schreeuwen op de achtergrond. Hopelijk kunnen ze hier de Bonobo populatie in stand houden want het zou toch eeuwig zonde zijn als dit unieke familielid van de mens zou uitsterven.

15-6-'11

De rivier over

Dan draaien we van de hoofdweg af richting de pont in Luozi. De droogte die de oversteek Kinshasa-Brazzaville onmogelijk maakte werkt nu in ons voordeel. Die weg die bekend staat als een modderige offroad piste is geheel opgedroogd. Het is nog steeds geen vlotte weg, maar met de nodige concentratie is hij in ieder geval te doen met de bus.
Als we tegen het einde van de dag het water bereiken blijken we net op tijd te zijn om met de laatste overtocht van de dag mee te varen. Ook hier is het water zo laag dat de boot de oprijschans niet kan bereiken. Maar vele toegesnelde handen beginnen al snel te helpen met het bouwen van een stapel stenen in het water waarover de bus de boot op kan rijden. Een half uur en de nodige zweetdruppels later staan we op de pont. Als we tijdens de overtocht naast de stuurhut met een frisse wind in ons gezicht zitten te genieten van het uitzicht over de rivier Congo moeten we spontaan een traantje wegpinken. Hier staan we dan midden in donker Afrika in een prachtig land wat politiek zo onstabiel is dat er vrijwel geen toeristen komen.
Aan de overkant vraagt een van de bootmannen of we al een plek voor de nacht hebben. Aangezien we dat niet hebben biedt hij aan met ons mee te rijden om de weg naar een missiepost te wijzen. Terwijl we door het dorp rijden zit de man vanaf de bijrijdersstoel van de bus zo trots als een pauw door het open raampje naar al zijn bekenden te zwaaien. Het is voor hem duidelijk een eer om een lift te krijgen. Al lachend komen we bij de missie aan waar we vriendelijk ontvangen worden. Blij verrast horen we dat er stromend water en een douche beschikbaar zijn. Dat komt niet vaak voor. We maken er dan ook graag gebruik van na zo'n lange stoffige dag.

17-6-'11

Bananenrepubliek

Ondanks de gave Bonobo's en de af en toe zeer aardige mensen is de DRC is niet ons meest favoriete land. En hier drukken we ons nog eufemistisch uit. We zullen er verder niet veel woorden over vuil maken maar de sfeer is zeer gespannen hier en het hele ambtelijke apparaat maakt misbruik van het feit dat het land instabiel is. We hebben het idee dat we in een echte bananenrepubliek beland zijn. Het lijkt alsof meer dan de helft van de mensen bedelt en wel op zo'n agressieve manier die we nog nooit hebben meegemaakt. Nu is bedelen niet zo erg maar we hebben het idee dat het lijntje tussen bedelen en beroven hier maar heel dun is. Mensen slaan op de ramen van de bus en we voelen ons soms net een defecte sigarettenautomaat. Als vragen om een sigaret niet werkt dan geef je eens een tik op de gele automaat, en werkt dat nog niet. Dan begin je te schreeuwen en te rammen op de bus.
Ook de laatste immigratie-beambte die we bij het verlaten van de DRC ontmoeten doet exact hetzelfde als zijn collega's in de rest van het land. We doen echter wat we bij de andere 20x ook hebben gedaan. We geven geen smeergeld, geen cadeautjes en blijven op onze strepen staan. Marlous eist met een beslist gebaar onze paspoorten terug van meneer de douanier. Ons lontje is vrij kort geworden hier. Het werkt en snel bergen we de documenten weer ver uit het zicht van de aasgieren op.
De laatste morgen staan we om 6 uur 's morgens trappelende voor een roestig ijzeren balkje met een hangslot. Eindelijk staan we voor de poort met het landweggetje naar de volgende Congo . Als Gerard de topbox moet openmaken bij de voertuig-controle zegt hij beslist “je mag in de box kijken maar je krijgt geen cadeaus”. De inmiddels aangesnelde dorpsbevolking gniffelt zachtjes om het teleurgestelde gezicht van de in trainingspak gestoken beambte. Dan gaat eindelijk de boom open. We rijden eronderdoor en geven elkaar een high five. Nog nooit zijn we zo blij geweest een land uit te rijden. We hebben ook zeer vriendelijke mensen ontmoet maar dat waren er helaas niet zoveel. Op naar de tweede Congo (Congo Brazzaville).