English translation

Angola

28-05-'11

Littekens

We staan op een vrij modern ingericht terrein. Het is de grens tussen Namibie en Angola. Terwijl Gerard zijn gebruikelijke trektocht van loketje naar loket aan het houden is, houdt Marlous audiëntie bij het geopende busraam.
Na wat onderhandelen zijn de geldwisselaar en Marlous het eens over de koers. Er zijn in Angola niet veel geldautomaten die ook met Mastercard werken dus we zijn veroordeeld tot de al dan niet louche straatwissels en wisselkantoren. De man die nu bij het raam staat voldoet aan het complete plaatje van een louche geldwisselaar maar we hebben hem al met een aantal Namibiërs zien wisselen dus is de keus op hem gevallen. Demonstratief telt de man 2x het geld uit. Marlous neemt gewoon de tijd om de biljetten zelf nog een keer na te tellen en dan verwisselt het euro-biljet pas van eigenaar. Gezien de tevreden blik van de man en de snelheid waarmee hij verdwijnt hebben we nog niet het uiterste uit de transactie gehaald. Desalniettemin is de koers gunstiger dan die nu op internet staan dus we houden het er maar op dat we allebei tevreden zijn.
De mensen die te voet de grens overgaan dragen grote tassen met levensmiddelen mee. De littekens die we bij veel mensen zien zijn schokkend. Ook zien we af en toe iemand langs strompelen waarbij er een lichaamsdeel mist. Het resultaat van 40 jaar burgeroorlog maakt ons even stil.

Als we klaar zijn bij de grens en de laatste keer alle papieren laten zien mogen we eindelijk Angola inrijden. Meteen op de eerste kilometers zien we al een volledig weggeroeste tank staan. Even verderop wordt er druk gebouwd aan een modern woonhuis. Over gloednieuw asfalt vliegen de eerste kilometers Angola onder ons door. Nogmaals bladeren we door ons paspoort waarin het moeilijk verkrijgbare toeristenvisum staat. We beseffen ons dat het wel heel bijzonder is dat we hier als toerist in Angola zijn.

30-05-'11

In het stam-dorp

Het fenomeen toerisme is in Angola vrijwel onbekend. Na een 40-jarige burgeroorlog die eindigde in 2002 is het land eindelijk op de goede weg. Van een camping heeft men hier echter nog nooit gehoord. Voor ons betekent dit dat we weer meer zullen wildkamperen.

Deze avond rijden we ver van de bewoonde wereld speurend en turend rond op zoek naar een geschikte nachtplek. Net voor zonsondergang zien we een beschutte plek achter een vervallen gebouwtje. Net als we het dakje van de bus omhoog willen schuiven komt er een vrouw met een enorme bos takken op haar hoofd aanlopen. “Ah nee he” mompelt Marlous, “net nu we een plek vinden, duikt er weer iemand op”. We springen uit de bus om onze bedoelingen al gebarend aan de dame duidelijk te maken. Ze lijkt ons te begrijpen, maar gebaart terug dat we ook met haar mee kunnen komen om in haar dorp te slapen. Waarom niet, denken we.

Zo komt het dat even later Marlous en de vrouw een klein dorpje in wandelen met in hun kielzog een gele bus. Meteen komen alle kleurig geklede vrouwen uit de hutjes aangesneld om kennis te maken met de nieuwe gasten. Het kleine wereld-kaartje waarop Marlous dagelijks onze gereden route intekent gaat met grote interesse van hand naar hand. Dat sommigen de kaart op de kop houden mag de pret niet drukken. Nadat we in ons beste Portugees ook aan het dorpshoofd toestemming hebben gevraagd om hier te overnachten, installeren we ons naast een van de hutjes. Af en toe komt er een vreemde dorpslucht langs waaien. We beginnen te vermoeden dat we hier geen wc zullen gaan vinden.
Als de aandacht van de volwassenen een beetje is afgezwakt is het tijd om te gaan koken. Na een blik op de te bolle buikjes (=voedseltekort) van sommige van de kinderen beseffen we ons dat we bij lange na niet genoeg eten mee om het hele dorp voor een maaltijd uit te nodigen. We besluiten een zeer eenvoudig rijst maal voor onszelf te maken. Even later blijkt uit het oplaaien van kookvuurtjes uit meerdere hutten dat de moeders de maispap ook hebben opgezet.
Wat ongemakkelijk met zoveel publiek zet Marlous de rijst op. Met het aansteken van de benzinebrander zijn de oh's en ah's niet van de lucht. Een beetje ongemakkelijk is het wel, al die pottenkijkers. Niet goed raad wetend met zoveel aandacht staat Marlous onafgebroken in de pan te roeren.
Om voor wat afleiding te zorgen haalt Gerard onze knal oranje voetbal te voorschijn. Omdat we deze de hele reis nog niet hebben gebruikt besluiten we hem te doneren voor de gastvrijheid. De opwinding is groot en de bal wordt door alle kids een voor een bekeken. Pas als Gerard hem speels bij een van de kleintjes uit de handen grijpt en er een schop tegenaan geeft barst het spelen los. Helaas zijn de kinderen zo blij met hun nieuwe speelgoed dat ze na 10 minuten besluiten dat ze beter zuinig kunnen zijn met de gloednieuwe bal, ze geven hem aan het dorpshoofd zodat hij hem kan bewaren.
Als het dorpshoofd uit de buurt is blijkt dat 1 van de jongens Engels kan. Omdat hij de enige in het dorp is die Engels spreekt kan Gerard ongegeneerd een heleboel vragen stellen. Zo komen we te weten dat er in dit 10 huizen tellende dorp 2 families wonen, dat het stamhoofd 2 vrouwen heeft die beiden hun eigen hut hebben en dat alle kinderen naar school gaan, zij het slechts twee uur per dag.
Terwijl Marlous nog steeds in haar ondefinieerbare rijstgerecht roert probeert 1 van de vrouwen haar over te halen om in haar hut te komen slapen. Er komt een beeld bij haar op van een nacht op de koude zandgrond met een houten steun onder haar hoofd. Vriendelijk bedankt Marlous de gastvrije vrouw voor deze iets te authentieke Afrika ervaring. Pas als alle kinderen zijn verdwenen scheppen we de rijst op ons bord. Die avond is het rond een uur of 9 op de blaffende dorpshonden na geheel stil.

De dag erop begint al vroeg. Meteen als de zon opkomt, komt het dorp weer tot leven . Nog even bekijken we het gebeuren vanuit de bus. Er worden lege watervaten op de enige auto in het dorp geladen en alle oudere jongens verzamelen zich om met het dorpshoofd naar de akkers te gaan. Even later komt er een hummeltje van nog geen twee jaar uit een hutje dribbelen. Zonder omwegen hurkt hij op het pleintje en doet er zijn behoefte. Meteen komen de dieren uit het dorp aansnellen en 10 seconden later is er geen spoor van zijn daad meer te bekennen. We weten niet of we dit nu wel hadden willen weten. Als we ons hoofd buiten de bus steken komen de intense geuren van de houtvuren ons alweer tegemoet. We drinken nog een kop koffie en besluiten dan ook niet langer in het dorp te blijven hangen. Na een uitgebreid afscheid stappen we in de bus en verlaten we dit vriendelijke dorp.

02-06-'11

Auto in de golven

Onderweg naar een verlaten surfstrand zien we beneden in de verte een auto staan. Terwijl we met een sukkelgangetje het bergweggetje afdalen begint het steeds duidelijker te worden dat de auto daar flink vast in de modder zit. “Die krijgen we met de bus nooit los”, mompelen we al tegen elkaar, aangezien het om een grote zware terreinauto gaat.

Als we eindelijk bij de auto zijn aangekomen zien we dat er 3 Chinezen met hun handen in het haar rondlopen. Een snelle blik opzij leert ons dat de we wel haast mogen maken want het wordt snel vloed. Zonder plichtplegingen springen we uit de bus en bieden we onze hulp aan. Gelukkig staat er net om de hoek een andere terreinwagen die wel kan slepen. Het enige wat nog ontbreekt is het sleep-koord. De 3 mannen, die we in gedachten al Kwik, Kwek en Kwak hebben gedoopt kijken zeer opgelucht als we het felbegeerde sleeplint tevoorschijn toveren onder uit de bus.
Met de eerste poging rijdt de trekkende auto zich bijna ook vast. De branding maakt op de achtergrond duidelijk dat de zee nog steeds van plan is om een stuk terrein te gaan winnen. Dus maken we nog een beetje meer haast en besluiten de joker in te zetten. We halen de rijplaten van de bus en leggen deze onder de wielen van de trekkende auto. De jongen van deze auto wil absoluut hulp bieden maar heeft duidelijk geen ervaring met vastzittende auto's. Wij halen een gemiddelde van 1x per week vastzitten met gemak en voelen onszelf ondertussen op dit gebied bijna experts. Nadat we zijn vraag of hij de vierwielaandrijving misschien moet aanzetten met een volmondige ja hebben beantwoord besluit Gerard hem door het proces te loodsen. De auto komt uiteindelijk met een flinke ruk onder gejuich los.

Als alle auto's weer in veiligheid zijn gebracht, stellen Kwik, Kwek en Kwak zich voor. De namen die ze noemen zijn voor ons te ingewikkeld dus houden we in gedachten onze eigen naamvoering aan. Vol verve maken ze onze rijplaten schoon in de zee. Zelfs de restjes van het prijskaartje poetsen ze eraf. We krijgen de ze brandschoon terug terwijl de 3 zich uitputten in dank.
Met een biertje in de hand zitten we die avond voor de bus. De zee is inmiddels aangekomen op de plek waar de onfortuinlijke auto vanmiddag stond. We bedenken ons dat het toch verschrikkelijk is om je auto in de golven te moeten zien verdwijnen. Gelukkig voor de Chinezen kwam er onverwacht een geel busje uit Holland langs.