English translation

Tanzania

15-2-'11

Waterval voor ons alleen

Vanuit Kenia rijden we Tanzania in. Ons eerste letterlijk grote doel is de Kilimanjaro. Van horen en zeggen moet het erg indrukwekkend zijn om vanuit het bijna vlakke landschap die enorme berg te zien oprijzen. Vooralsnog valt er niet zoveel te zien omdat alles in de wolken is gehuld.
Op zoek naar een leuke plek om te overnachten rijden we een modderig weggetje in wat naar een kleine lodge blijkt te leiden. Op het bord staat de opmerking dat er ook een zwembad bij zit. Dat lijkt ons wel wat. Als we ons door een stuk jungle hebben gevochten doemt er een huisje op. De naam lodge lijkt wat overdreven maar het ontvangst is er niet minder hartelijk om. We mogen in de tuin staan waar de bus precies past nadat Gerard vakkundig de in de weg hangende takken uit de weg ruimt door er langzaam met de bus tegenaan te rijden. De eigenaresse vindt het geen probleem en als we later het gastenregister tekenen zien we waarom. De laatste gast is 14 dagen geleden vertrokken en wij zijn dus de eerste klanten sindsdien. Dan loopt de eigenaresse voor ons uit naar het zwembad. We volgen haar over het smalle paadje door het dichte regenwoud. Plotseling staan we bij het zwembad. Het blijkt een prachtige waterval te zijn met onderaan een stuk waar je kan zwemmen. Blij kijken we elkaar aan, een privé waterval voor ons alleen. We halen snel onze zwemspullen en Gerard springt van de rotsen af in het glasheldere water. Het wordt een middag die we ons nog lang zullen herinneren, in ons eigen kleine paradijsje.
Als we zijn uitgezwommen horen we van de eigenaresse dat ze enkele koffieplanten in haar tuin heeft staan. Eigenlijk is het vreemd dat we beide minimaal 3 koppen koffie per dag drinken, maar dat we nog nooit een koffieplant hebben gezien. Na een educatieve excursie naar een van de koffieplanten krijgen we een geseald zakje koffiepoeder in onze handen gedrukt, uit eigen tuin wordt erbij gezegd. Die bewaren we voor een speciale gelegenheid.
Dan gaan we het eten klaarmaken. Het regenseizoen wat in december is uitgebleven, lijkt nu opeens toch nog gekomen. Elke avond voeren we exact hetzelde ritueel uit. We gaan eten en tegen het eind van de maaltijd mogen we het hele circus naar binnen verhuizen omdat het opeens begint te plenzen. Het maakt niet uit hoe laat we eten, het lijkt erop alsof de regen wacht tot wij ons net helemaal hebben geinstalleerd. Ook vanavond zijn we nog niet aan het toetje begonnen als we weer in sneltreinvaart alles mogen verplaatsen. We breken ons persoonlijk record bus-inruimen en eten binnen verder.
De volgende ochtend zien we nog steeds niks van de Kilimanjaro. Als troost krijgen we bij het betalen van de overnachting allebei een ansichtkaart met daarop een afbeelding van de Kilimanjaro.

17-2-'11

De mythe van de Kilimanjaro

Op aanraden van andere reizigers gaan we de Usambara mountains in. Via een 85km lange rode zandweg rijden we de bergen in. De weg is er door de regen van de afgelopen dagen niet beter berijdbaar op geworden maar vanwege de enthousiaste verhalen van een Belgisch stel besluiten we toch door te zetten. Als we boven op de klif zijn aangekomen worden we beloond met een uitzicht van bijna 360 graden. De omgeving is wat bewolkt waardoor we nu niet helemaal tot in Kenia kunnen kijken zoals normaal wel kan. De Kilimanjaro die gewoonlijk ook goed zichtbaar moet zijn hangt nog steeds in een dikke mist. We kunnen maar geen genoeg krijgen van het uitzicht en zitten elk ontbijt/diner/kopje koffie/wijntje weer op het uitzichtpunt van het beeld te genieten.
Het kleine dorpje vlakbij de klif waar we staan is nog niet verpest door de komst van het massatoerisme. Met onze komst meegerekend staat de teller van het aantal toeristen in het dorpje deze week op 2. Sinds een jaar is er wat verandert in de afgelegen gemeenschap. Een Nederlands stel heeft samen met de dorpelingen een waterleiding vanaf de nabij gelegen waterval aangelegd. Het inkomen van de mensen hier is nog geen 80 cent per dag, toch zien we hier een vrolijkheid en vriendelijkheid die we nog niet op veel plekken hebben ervaren. Bij een stel dames die potten bakken om te kunnen verkopen aan de enkele toeristen kopen we een mooie bruinzwarte schaal. Bij de bus aangekomen vraagt Marlous zich af hoe ze de schaal in hemelsnaam heel gaat houden nog driekwart jaar in de bus over hobbelwegen. Gerard herinnert haar er fijntjes aan dat hij dat bij de pottenbakkerij ook al had gezegd.
De volgende dag maken we onder begeleiding van 2 jonge gidsen een 6 uur durende wandeling door het regenwoud. We lopen over steile begroeide paden die alleen een geoefend oog voor paden aanziet, we lunchen aan de voet van een waterval en we zien veel bijzondere dieren en planten. Na 4 maanden in de bus zitten is onze conditie wel erg verminderd. Bronco heeft al snel door dat hij beter vlak achter de voorste gids kan lopen dan achter ons. Met zijn kop in de knieholte van de jongen geduwd ontwijkt hij vaardig alle zwiepende takken. De gids die eerst een beetje bang was voor die grote rare hond heeft al snel vriendschap met Bronco gesloten. Gedurende de tocht zien we de 2 soms een flink eind voor ons uit lopen. Beschaamd moeten we toegeven dat wij op onze hiking schoenen moeite hebben om de gidsen op slippertjes bij te houden.
We staan de laatste dag dat we in de bergen zijn op in de hoop toch nog de Kilimanjaro in de verte te zullen zien. Vooral het bordje wat in de richting wijst van waar de Kilimanjaro zou moeten staan zorgt ervoor dat we elke keer weer tevergeefs speuren naar een glimp van de berg. We beginnen te vermoeden dat de Kilimanjaro een soort mythe is die verzonnen is voor de toeristen. De enige Kili die wij gezien hebben staat op een ansichtkaart. We ontbijten en gaan dan op weg naar de kust van Tanzania.

21-2-'11

Bureaucratie

We staan voor de balie van een niet zo behulpzaam kijkende dame. Onverschillig zegt ze dat we een formulier hadden moeten invullen. We vertellen dat we net de opdracht hebben gekregen van de Mozambiqueaanse ambassade om 90 dollar voor de visa te gaan storten op hun bankrekening. Vermoeid kijkt de vrouw ons aan en zegt nogmaals dat we het formulier in moeten gaan vullen. Ze tovert er 1 tevoorschijn vanachter haar glazen raam. Fijntjes wijzen wij er haar op dat daar niet de mogelijkheid op staat om dollars in te vullen. Maar daar weet ze een oplossing voor. We moeten maar gewoon de Tanzaniaanse shillings doorstrepen en er dollars voor in de plaats invullen. Braaf lopen we terug en vullen zo goed en zo kwaad als het kan het formulier in. We gaan weer keurig in de rij staan en als we weer aan de beurt zijn meldt de dame achter de balie dat je bij haar geen dollars kan storten. Waarom ze dat net niet kon vertellen, vragen we maar niet eens. We wurmen ons om de touwen heen en gaan weer in een andere rij staan. Als we onze missie eindelijk hebben volbracht lopen we weer door de klamme hitte naar de ambassade toe om het bonnetje van de bank te gaan inleveren.
Nadat we eerst een half uur zijn genegeerd kunnen we eindelijk ons bonnetje in leveren. Helaas krijgen we niet te horen dat we ons paspoort morgen weer kunnen ophalen. De ambassadeur heeft er maar liefst 5 werkdagen voor nodig om een stempel in ons stempelboekje van de staat neer te zetten.
Een beetje teleurgesteld slenteren we terug door Dar es Salaam en besluiten er maar het beste van te maken. We nemen het overvolle pontje terug naar het zuidelijke gedeelte van de stad waar we de bus hebben staan. Het laatste stukje springen we weer in een Bajaj. Het 3 wielige hutje op wielen zet ons netjes naast de bus af die staat te wachten onder de palmboom op het strand. Daar begint het wachten op het visum. Om de tijd te doden dobberen we elke middag in de zee, luieren we onder de palmboom met een biertje en kajakken we door een mangrove. Ja, het wachten valt ons zwaar.