English translation

Kenia

17-01-'11

The road through hell

In het Midden Oosten konden we rustig een hele dag uittrekken voor een grensovergang, maar hier in Afrika gaat dit beduidend sneller. De grensbeambten zijn vriendelijk en correct, en al na anderhalf uur rijden we vanaf het asfalt van Ethiopie de steengrond van Kenia op. De 250 km tussen de grens en Marsabit staan bekend als de "road through hell". In ons gastenboek lezen we de opbeurende info dat een Landrover onlangs op deze weg 2 schokdempers heeft gebroken. Dus nemen we de tip om de schokbrekers telkens te laten afkoelen maar ter harte. Om de 25 minuten geven we de bus 5 minuten pauze. Het eerste gedeelte van de weg is een relatief goede wasbordpiste. Dus rijden we met een gangetje van 25 km/h Kenia in. Het Noorden van het land staat pas sinds kort weer als veiliger bekend, maar we lezen in de reisgids dat veel mensen nog rondlopen in legerkleding met de wapens in de hand. Als we zitten te lunchen komen er 2 legeruniformen langslopen met de blinkende geweren nonchalant over de schouder hangend. We voelen ons meteen flink ongemakkelijk. Marlous besluit dat de aanval de beste verdediging is en zwaait de mannen over-vriendelijk gedag. Het werkt en de mannen groeten ons vriendelijk terug. Maar het ongemakkelijke gevoel blijft wel hangen.
Na de middag blijkt dat de "weg" die op de kaart nog heel optimistisch de A2 wordt genoemd toch nog een stukje slechter kan. Naast de immense geulen liggen er ook nog 20 cm grote rotsen in grote getale de weg te decoreren. We horen veel gerammel in en uit de bus komen, maar dan horen we toch opeens een nieuwe rammelaar. Als we uitstappen zien we dat een balk van de imperiaal is gescheurd en dat het roofrack ritmisch op het dak bonkt. We bakkeleien over wat nu te doen. Gerard wil de spullen van het rek halen en binnen leggen. Maar Marlous ziet het niet zitten om met 3 benzinejerrycans in bed te slapen en stelt voor om er dan maar 2 WC-rollen tussen te duwen. Wonder boven wonder werkt de tijdelijke shit-oplossing goed.
Tegen de avond hebben we er na het stapvoets rijden pas 110 km opzitten. Er zit niks anders op dan om toch maar een bushcamp te zoeken in dit gebied. We vinden een mooi stil plekje en gaan maar vroeg ons bedje in.
De volgende ochtend vertrekken we als de zon opkomt als een prachtige vuurrode bol over de savanne. De weg is zo mogelijk nog slechter als de dag ervoor en als we de 2e kei tegen de bodem horen knallen besluiten we de vering hoger op te pompen. De extra bodemvrijheid scheelt een boel. Ondanks de slechte weg genieten we toch van dit nieuwe roodkleurige land. We zien Thomson-gazelles, mini-hertjes en er steken telkens indrukwekkende rode stof tornado's de weg over.
Die avond komen we in Marsabit aan. Als we een douche nemen zien we hoe de witte douchebak bruinrood kleurt van het water wat van ons afkomt. Het duurt een hele tijd voor het water weer helder van ons afstroomt.

19-01-'11

Afrikaanse engineering

's Ochtends rijden we het stadje in op zoek naar een werkplaats om de gebroken balk van de dakdrager te laten repareren. We stoppen bij een binnenplaats waar we las-spetters onder een vrachtwagentje vandaan zien komen. Hier moet er iets voor ons balkje gedaan kunnen worden. We leggen de jongens ons probleem voor. 6 man storten zich op het kapotte ding en binnen 20 minuten is het balkje weer in elkaar gebakken, inclusief een extra versteviging. Omdat de dakdrager wat aan de lage kant is en soms bij stevige hobbels het dak kan raken heeft Gerard een ontwerpje gemaakt om het geheel wat te verhogen. Met het gewonnen vertrouwen van de reparatie leggen we ze het tweede probleem voor. Snel worden er op een zeer arbo-onverantwoorde-manier 4 strips op maat gemaakt waar vervolgens gaten in geboord moeten worden. Als na het 2e gat het enige boortje in de werkplaats te stomp is geworden om verder te boren weten de jongens een oplossing. Met zijn twee-en hangend op de roodgloeiende boor proberen ze de gaten in het staal te duwen. De dappere poging mag niet baten, want het boortje komt geen millimeter verder. Maar de mannen zijn niet voor 1 gat te vangen. Het lasapparaat en een nieuwe elektrode worden erbij gepakt en de gaten worden er gewoon in gebrand. Na ruim een uur gaten smelten, passen, gaten weer dichtlassen en opnieuw gaten branden zijn er 4 passende strippen gefabriceerd. Wat al dat laswerk aan de sterkte van die kleine stripjes heeft gedaan, moeten we nog maar zien.

19-01-'11

Marsabit National park

De reisgids gaf aan dat een 4x4 in het regenseizoen is aan te bevelen. Aangezien we nu in het droge seizoen zitten zou de bus de paden aan moeten kunnen. Ook de ranger bij de ticket office ziet geen problemen, we mogen tot uiterlijk 19.00 uur in het reservaat rondrijden. Enthousiast rijden we met Bronco wederom verstopt achter in de bus het park in. Al na 2 km over zeer goede zandpaden zien we een hele horde apen al stoeiend de weg over steken. Na dit intermezzo rijden we al speurend verder door het dichte regenwoud. Aangekomen bij een grote open plek zien we een grote olifant met enkele jongen en een buffel grazen. We zien daar ook Jaap en Marian, een ander Nederlands stel in hun Toyota Landcruizer. Na een praatje met hen rijden we verder. We kijken op de kaart en besluiten het grote rondje door het park te rijden. Dat moet makkelijk voor het donker kunnen.
Als we onze weg wederom vervolgen komen we bij een steile afdaling met veel grote stenen. Even is er de overweging of we wel verder gaan. Dit moment van overweging zullen we de komende uren nog vele malen herkauwen. Maar omdat er ook Leeuwen in het park moeten zitten en met de info van de ranger bij de ingang besluiten we verder te gaan en het rondje af te maken. We hopen maar dat de bewuste leeuwen niet juist hier zitten en stappen uit om de ergste stenen van de weg te slepen en de weg wat te herstructureren. We laten de bus stapvoets over de stenen van de helling af hobbelen, wetend dat we hier niet meer terug omhoog kunnen rijden. Na een korte steile klim over een betonnen plaat zitten we weer op een mooie harde zandweg. We krijgen er spontaan een trots gevoel van, want dat heeft het busje toch maar even mooi gedaan! Helaas is dit iets te vroeg gejuicht, want even later komen we toch weer een helling met dikke stenen tegen. Omdat we niet terug kunnen zetten we het knopje 'gevoel voor de bus' even uit en gaan we de helling volgas in de eerste versnelling te lijf. Helaas hebben we geen lage gearing zoals de meeste 4x4's en moeten we flink vaart houden om de motor op toeren te houden. Al stuiterend weet de bus zich op het nippertje naar boven te worstelen. Na nog een half dozijn van deze passages is de lol er helemaal vanaf. We zeggen tegen elkaar dat deze weg zelfs met een 4x4 een hele opgave moet zijn. Op dat moment zijn we ons er niet van bewust dat het Nederlandse stel een kilometer achter ons net zo hard aan het ploeteren is om grip te houden op de hellingen. De mogelijke leeuwen kunnen ons gestolen worden en we zijn blij dat we in de verte de exit gate zien opdoemen. Het is ondertussen al donker en Jaap en Marian overwegen op het moment dat wij de poort uit rijden om de nacht maar in het park door te brengen, ze zien geen heil meer in de donkere paden. Wanneer ze aan een ranger toestemming vragen zegt hij verbaasd "but your friends in the yellow Van just past me 10 minutes ago". Ze vallen bijna van hun stoel van verbazing dat wij dezelfde route hebben kunnen rijden, na hun net zo ellendige uren als die van ons. Bij de exit gate bedenkt Marlous wel 10 verschillende zinnen om de ranger bij de uitgang duidelijk te maken wat ze van de weg in het park denkt. Maar die kunnen niet herhaald worden hier op de site.
Later als we samen met de mensen van de Toyota op de campsite aan het eten zitten bedenken we ons dat de ranger bij de ingang waarschijnlijk zelf nog nooit auto heeft gereden en misschien ook nooit verder dan de ingang geweest is. Maar ook dat de "road through hell" een snelweg is vergeleken bij de weg door het wild-park. Natuurlijk komen de sterke verhalen los nu beide auto's zonder schades weer op de campsite staan. Hoewel we het er wel over eens zijn dat Marsabit na afloop een stuk leuker is dan als je er midden inrijdt.

20-01-'11

Bezoek van een Samburu krijger

We zijn al een aantal dagen in Kenia, maar asfaltwegen lijken een soort fata morgana geworden. Dus hobbelen we rustig verder. Als we stoppen omdat de verhoging van de imperiaal toch na een halve dag rijden gebroken is komt er een kleurige Masai-achtige figuur aangelopen. Na het handenschudden weiden we ons toch maar weer aan het verlagen van het roofrack. We bedenken ons dat het toch wel uniek is om nog zo'n stukje authentiek Kenia te zien met mensen waar de moderne wereld nog niet is doorgedrongen. Op dat moment horen we een bekend geluid, een telefoon, we voelen onze zakken na maar kunnen niet ontdekken wie zijn telefoon het is. Dan graait de man tussen zijn kleurige doeken en haalt zijn mobiele telefoon tevoorschijn. Al babbelend in zijn telefoon heeft hij niet door dat hij ons authentieke plaatje compleet om zeep helpt.
Als we later op de dag op een verlaten plek ons bushcamp aan het opzetten zijn, wandelt er wederom een prachtig geklede krijger op ons af. We kijken onze ogen uit als we hem bekijken. De mannen hier doen ons wat vrouwelijk aan, de houding van deze jongen ook weer. Elk detail aan zijn uiterlijk is uiterst verzorgd en versierd. Als we we wat proberen te praten met de jongen blijkt het dat hij alleen Samburu spreekt en dat hij de vaardigheid om zijn verhaal met gebaren te ondersteunen niet meester is. Na een half uur stilte waarin wij onze gang gaan en hij ons in zijn karakteristieke houding op 1 been bestudeert lijkt het erop dat hij niet meer weg zal gaan. Blijkbaar vind hij ons net zo interessant als wij hem. Maar na een uur begint het het gebrek aan communicatie en de starende ogen ons lichtjes op de zenuwen te werken. Net op het moment dat we besluiten in te pakken en een rustiger plekje te zoeken begint hij te wijzen. Eerst snappen we het niet maar dan zien we het opeens. Op nog geen 40 meter afstand staan 2 zebra's met een veulen. We kunnen ze een tijdje bekijken totdat ze ons in het oog krijgen en er in volle galop ervandoor gaan. We rijden weg naar een rustiger plekje en kunnen alleen maar gissen waarom de jongen ons maar bleef vergezellen en we vragen ons af of de jongen zich ook afvroeg wat die gekke blanke mensen daar deden midden in het bos.

24-01-'11

En toen was daar opeens de evenaar

We zijn op weg naar Mount Kenia als we ons opeens afvragen wanneer we de evenaar zullen overgaan. Een blik op de gps en de kaart biedt uitkomst. Binnen 3 kilometer zullen we deze mijlpaal passeren. Natuurlijk zijn de gps en de kaart het weer eens niet eens over de exacte ligging van deze lijn. Gelukkig doemt er net op het moment dat we in verwarring van de kaart naar het apparaat kijken het grote bord met daarop de tekst "equator" op. We parkeren de bus en zien uiteraard weer enkele souvenirstalletjes uit onze ooghoeken.
We maken een foto en Gerard wil graag de truuk met de gootsteen doen. Er staan zelfs bakjes voor dat doel voor ons klaar. Dan komt er een man op ons af die ons natuurlijk wel uitleg wil geven. Marlous kapt het af maar in de bus krijgen we er zelfs een ruzie over. Het is gek hoe je je samen door de meest gekke situaties manouvreerd en hoe je dan over zoiets onbenulligs in discussie kan raken. Na 5 minuten is de lucht weer geklaard maar we vinden het een beetje bizar om weer terug te rijden.
Als we een paar dagen later weer de evenaar passeren doen we het hele circus met de bakjes wel. We krijgen een "college" van de leraar en dan haalt hij zelfs een diploma voor ons uit de zak. Dat gaat zelfs Gerard wat te ver, dus die mag de man houden. Een half uur later zijn we het equivalent van 3 euro armer, en een leuke sjaal voor Marlous en een hoop lol rijker.
En ja, het is echt waar, het water draait aan beide kanten van de evenaar een andere kant in de gootsteen op...