English translation

Sudan deel 2

24-12-'10

De herdertjes lagen bij nachte

We besluiten onze kerstdagen toch maar niet in Khartoum te vieren en alvast richting de Ethiopische grens te vertrekken. We slaan onze laatste kerstinkopen en zelfs een kerstslinger in bij een groot shoppingcenter en rijden de stad uit. Voor ons gevoel duurt het een eeuwigheid voor we eindelijk uit de bebouwing en drukte van de stad zijn. Terwijl we de stad achter ons laten verandert het straatbeeld van stenen gebouwen naar houten hutjes langs de kant van de weg. Ook het alomtegenwoordige olievat wordt hier flink hergebruikt als waterton, bouwmateriaal, omheining, bed, stoel en tafel.
Als we proberen een geschikte plek voor de nacht te vinden belanden we op een landweggetje wat steeds smaller wordt tussen de graanvelden. Op het moment dat we niet verder kunnen slaan we ons kamp op. We maken ons kerstmaal klaar en net als we willen beginnen staan er 3 herders voor onze neus. Veel gesprek is er met hen niet mogelijk maar we bieden ze maar wat water aan. Ze gebaren dat ze in het veld blijven slapen met hun kudde. Wij gebaren dat we in de bus blijven slapen hier. Ze begrijpen er volgens ons niets van waarom wij hier staan. Maar het maakt niet uit en vriendelijk zwaaien wij ze uit als ze weer vertrekken naar hun kampvuurtje. Wij beginnen aan ons kerstmaal en bedenken ons dat het wel heel letterlijk slaat op het kerstliedje "de herdertjes lagen bij nachte in het veld". Tijdens het kerstdiner maken we een beetje de balans op over Sudan. Hoewel er buiten de wonderschone woestijn niet veel te vinden is in dit gortdroge stoffige land, zijn we verknocht geraakt aan Sudan. De bevolking was zo vriendelijk dat dit 1 van onze favoriete landen is geworden. In de kerstgedachte hopen we ook dat er hier niet volgende maand een oorlog uitbreekt. Wij voelen ons hier tot nu toe extreem veilig, maar de berichtgeving in de Nederlandse kranten liegt er niet om en we vrezen het ergste voor al die aardige mensen die we hebben ontmoet.

26-12-'10

Afscheid van Sudan

De laatste dag in Sudan rijden we over een stuk tolweg. Dit is het eerste stuk weg in Sudan waar we tol voor moeten betalen. Het is ons een raadsel waarom we juist voor dit stuk weg moeten betalen terwijl dit 1 van de slechtste wegen is die we tot nu toe zijn tegengekomen.
Al hobbelend naderen we de grens met Ethiopie. Net op het moment dat we ons beginnen af te vragen waar de grens nou precies zal liggen rijden we een van de drukste dorpjes in die we ooit zijn tegengekomen. Dit blijkt de grens te zijn. Binnen anderhalf uur staan we aan de Ethiopische kant. een nieuw record. Althans dat vermoeden we omdat we een touw gepasseerd zijn die we ervan verdenken de grens te zijn.
Aan de Ethiopische kant gaan we op pad om het carnet de passage gestempeld te krijgen (voertuigdocument). De jongen in het kantoortje verteld ons met glimmende oogjes dat het lunchtijd is en dat pas over 3 uur zijn bureautje weer opengaat. Aangezien hij zo'n 5 minuten besteed aan de uitleg van het nut van deze pauze besluiten we dit toch maar even aan te zien. Hij mompelt wat over dat dit een woestijngebied is en hoe moeilijk zijn belangrijke werk is wat hij niet in de hitte mag doen. We knikken uiterst begrijpend. Dan kijkt hij op en zegt glad dat hij eventueel voor ons wel wil overwerken. Aha dat dachten we al, of wij dan ook maar voor zijn overwerk willen betalen. Nadat we het toneelspelletje meespelen en zeggen dat het natuurlijk geen probleem is dat we dan zelf ook maar gaan lunchen draait hij bij. Hij stempelt het Carnet en probeert bij de auto nog een keer ons geld af te troggelen. Maar Marlous heeft het Carnet alweer in de auto liggen en natuurlijk heeft hij geen geld gekregen. Hij keert weer terug aan het werk waar hij waarschijnlijk de volgende probeert te overtuigen van de niet bestaande middagsluiting. Wij rijden het dorpje uit en zijn vol verbazing over de hoeveelheid groen en water die we opeens zien.