English translation

Syrië

31-10-'10

Een douanier op onze achterbank

De grens tussen Turkije en Syrië staat bekend als 1 van de chaotischste die er is. En dat zal ook voor ons gaan blijken. We gebruiken de diensten van zogenaamde fixers. Dit zijn een soort gidsen (die je een paar euro geeft voor hun diensten) die je vertellen wat voor toeren je allemaal moet uithalen. Na ontelbare loketten/kantoren/bureautjes en een inspectie van de bus waarbij ook de kist op het dak open moet rijden we 5 uur later naar de laatste slagboom. Syrië lonkt al naar ons. Dan zien ze Bronco. In Turkije waren we al langs een dierenarts geweest en die bevestigde ons dat alles ok was voor Syrië. Dus vol vertrouwen geven we het paspoort met voorin de pasfoto van mister B. Het document wordt vol aandacht bekeken. Ondertussen staan de andere beambten te lachen naar de hond die vol belangstelling alles volgt. Op de achtergrond staat iemand te bellen. Als hij uitgebeld is wordt ons met handen en voeten duidelijk gemaakt dat we weer terug moeten omdat het paspoort van Bronco niet is afgestempeld. Maar waar dat moet weten we niet. 1 van de beambten kruipt lachend op de achterbank en zo we rijden we terug. De man op de achterbank zwaait enthousiast naar alle collega's waar we weer langsmoeten. Na drie keer vragen, want de beambte weet zelf ook niet precies waar we moeten zijn, komen we in de buurt. Gerard loopt mee naar een gebouw achteraf. De dierenarts zijn werktijd blijkt erop te zitten en hij is net in zijn auto gestapt om naar huis te rijden. Mopperend stapt hij weer uit nadat de douane beambte hem heeft aangehouden. In zijn kantoor aangekomen mompelt hij verheugd het enige Engelse woord wat hij kent, money. Dan laat hij via de douanier weten dat hij 50 dollar wil om de benodigde stempel te zetten. Gerard geeft aan dat dit wel erg veel is en zegt diplomatiek dat zijn vrouw, die nog in de auto zit, het geld heeft. Hoopvol zet de man toch de stempel om vervolgens Gerard met de douane-kerel opgepropt in zijn autootje naar de bus met Marlous en Bronco terug te brengen. Daar aangekomen doen we alsof de dollars op zijn en bieden hem 10 euro aan omdat we niet van plan zijn het hele bedrag aan smeergeld te gaan betalen. Daarop wordt de man woedend en Gerard moet hem letterlijk de toegang tot zijn auto versperren zodat hij niet weg kan rijden MET het paspoort van Bronco. Wanneer de commotie op straat de aandacht begint te trekken komen de fixers aanrennen die ons geholpen hadden met het vinden van alle loketten. Die hadden we na al hun werk enkele euro's betaald, en nu blijkt dat maar goed ook. Ze vertellen ons dat het werkelijke tarief omgerekend 3 euro is. We betalen snel en grissen ziedend het paspoort weer terug.
Opgelucht rijden we met douanebambte en al naar de laatste slagboom. Hier nemen de douaniers nog een foto van Bronco, zo leuk vinden ze het ondertussen. Wij zijn alleen maar blij dat we weg kunnen. Het is ondertussen al donker en zo rijden we het nieuwe land binnen zonder iets van de omgeving te zien. Omdat we in Nederland al het adres van een camping met een Belgische eigenaresse net over de grens hadden gekregen hebben we een doel om naartoe te gaan. Rijdend in het chaotische verkeer waarin auto's verlicht zijn als knipperende kerstbomen vinden we de camping gelukkig vlot.

1-11-'10

Shoppen op de souq van Aleppo

Met een kaartje waarop de naam van het dorp staat vertrekken we van de camping. We voelen ons een beetje schapen die met een kaartje om hun nek worden weggestuurd. Volgens de instructies van Christel de campingeigenaresse kunnen we een minibusje aanhouden die naar Aleppo gaat. En waarachtig het werkt. Voor nog geen 30 eurocent kunnen we de 45 minuten durende rit maken. Het verkeer is hier veel chaotischer dan in Turkije. Op de 2 baansweg wordt naar believen ook met 5 rijen auto's gereden. En we zien hier eigenlijk ook geen auto's zonder deuken. Zo met het openbaar vervoer een stad in is wel heel relaxed. De minibus stopt ondertussen in elk dorp en laat een deuntje klinken ala de SRV wagen van vroeger uit Nederland. In de bus zit een mooie doorsnede van de Syrische samenleving. Marlous zit naast een gesluierd schoolmeisje met Franse boeken op schoot en Gerard zit naast een man in een lange jurk. Deze heeft helaas de onhebbelijke neiging om de hele tijd Gerard half te omarmen. Het behoeft geen uitleg dat Gerard daar niet zo heel erg mee in zijn nopjes is. Als er iemand in of uit wil moet de halve bus uitstappen maar daar schijnt niemand moeite mee te hebben. Terwijl de chauffeur alweer rijdt met de schuifdeur open doet de passagier het meest dichtbij de schuifdeur met een zwaai dicht. Dat die schuifdeur veel te lijden heeft zien we als we een taxibusje voorbijrijden waar net de deur uitvalt midden op straat.
In Aleppo aangekomen duiken we de Souq (straten met permanente markt) in. We slaan onze boodschappen in op de groentesouq en dwalen door de steegjes op zoek naar een fluitketel. Onze vorige hebben we laten staan in Cappadocie. En we missen hem best wel, dus vandaar deze quest. Nadat we een fluitketel hebben staan nadoen in meerdere pannenwinkels hebben we hem gevonden. De geuren en kleuren in de souq zijn overdadig. Vooral de vleesmarkt waarbij je maar gewoon moet aanwijzen welk deel van het hangende beest je wilt hebben is anders dan wij kennen. Dan belanden we toch plots weer op een heel toeristische laan. Het "Hello my friend" is weer alom. Omdat we tot nu toe gewend zijn dat zelfs als je een brood gaat kopen dat je nog eerst een hand krijgt, moet gaan zitten en een glas koffie krijgt voorgezet, begrijpen we ook hoe respectloos het voor een Syriër is als hij alleen maar roept naar je zonder eerst het uitgebreide begroetingsritueel te doen. We gaan snel weer een andere richting op, nu op zoek naar brood. In Nederland kun je brood kopen bij elke supermarkt, maar hier alleen maar bij de broodverkoper, en die is soms best lastig te vinden. Na het brood uit de kraam gegrabbeld te hebben lopen we over de vismarkt waar nog half levende vis in een grote bak ligt te spartelen. Op de terugreis vecht de chauffeur zich weer volgas, al zigzaggend en veelvuldig toeterend en knipperend met de lampen, zijn weg terug naar het dorp van onze camping.

3-11-'10

Op zoek naar onderdelen

De volgende ochtend doen we het rustig aan. Gerard gebruikt de garage met smeerput van de camping om de bus een beurt te geven. Na zo'n 5000 km is dit wat vroeg, maar het kan wel even duren voordat we weer zo'n mooie werkplaats tot onze beschikking hebben. De bus heeft het tot hier prima gedaan. De enige aandachtspunten zijn alle aandrijfashoezen. De eerste 2 hebben we al vervangen maar ook de 2 andere aandrijfashoezen gaan zienderogen achteruit. We hadden thuis niet voorzien dat de bus aandrijfashoezen zou gaan eten. Nu hebben we hier al tientallen T2's gezien, dus het lijkt ons dat we in Syrië wel ergens hoezen moeten kunnen vinden.
Dan vertrekken we van de camping op weg naar Hama. We doen Hama aan omdat daar enorme houten waterraden te zien zijn. Voordat we die kunnen vinden zien we iets veel interessanters, een Volkswagen logo. Om precies te zijn een glimmende Volkswagen showroom. Na het eerste beleefdheids kopje koffie kunnen we uitleggen wat we nodig hebben. Tussen de glimmende gloednieuwe auto's toveren we een vettig zakje tevoorschijn waarin 1 van de oude hoezen zit, met de enkele woorden Arabisch die we inmiddels kennen en een paar telefoontjes naar een engels sprekende Syriër is het duidelijk. Omdat de dealer zelf geen magazijn heeft wordt er een taxi gebeld. We proberen duidelijk te maken dat simpelweg het adres van het onderdelenhuis genoeg is, maar geven dat uiteindelijk maar op. De taxi met daarin waarschijnlijk een familielid van deze of gene rijdt inmiddels voor, er moet tenslotte iemand wat aan ons gaan verdienen. Aan de andere kant van de stad belandt Gerard met de taxichauffeur op iets wat hier een industrieterrein moet zijn. Links en rechts van de straten worden onderdelen zaakjes afgewisseld door kleine open schuurtjes waarin wordt gelast en geslepen. Wanneer we bij de garage zijn aangekomen springt de verkoper met een collega op een brommertje om 15 minuuten later terug te komen met twee nieuwe ashoezen. 'they are from Brasil' weet hij er trots bij te vertellen. Na nog een rondje met de taxi door de wijk is ook de tang gevonden die we nodig hebben en kunnen we terug naar de dealer waar Marlous al die tijd lekker in de bus achter de laptop heeft kunnen zitten. We drinken met de eigenaar die inmiddels ook is gearriveerd ons zoveelste kopje koffie. Nadat we drop hebben uitgedeeld maken we aanstalten om te vertrekken. We zie niemand kauwen dus we vermoeden dat de dropjes na ons vertrek worden uitgespuugd. De hele actie heeft ons geen immens fortuin gekost, dus dat valt ook weer mee.

3-11-'10

Slapen in een Romeinse stad

Het volgende doel is de Romeinse stad Apamea. Onderweg ernaartoe rijden we flink verkeerd. Als na 20km de weg toch eindigt in een zandpad vragen we een Syrische jongen om de weg. Achter hem staat de enige koe van de familie op het erf en om het hoekje staart de rest van de familie ons aan. Vriendelijk wijst de jongen ons de goede richting. Maar benadrukt dat we ook van harte welkom zijn om bij hem en zijn familie de nacht door te brengen. We bedanken hem en zeggen dat we toch verder rijden. Later krijgen we daar toch wel een beetje spijt van. Maar we kunnen moeilijk weer terugrijden.
Aangekomen bij de in de jaren 30 deels gereconstrueerde Romeinse ruine worden we beloond met een prachtige zonsondergang. Boven op de berg prijken de rijen pilaren met op de achtergrond een bergrug waarachter het laatste licht van de dag verdwijnt. Inmiddels zijn we bij 2 franse T5 campertjes gaan staan om de nacht door te brengen op de resten van de Romeinse stad. Een van de bestuurders blijkt al erg lang bus-gek te zijn, vanaf T1 t/m T5 heeft hij alle versies ooit nieuw gekocht. De volgende ochtend staan we net na zonsopkomst op om lekker voor de touringcars uit de lange romeinse laan te bewandelen. Het is indrukwekkend om hier met zijn tweeen te lopen op de plek waar ooit een levendige stad was.

4-11-'10

Rijden door Damascus

Eigenlijk zijn we helemaal niet zo van het bezoeken van steden en nadat we er al behoorlijk wat hebben bezocht deze reis weten we ook niet of Damascus wat toevoegd. Maar we hebben al een tijdje geen contact meer gehad met Nederland en ook het updaten van de site is weer aan de beurt. De enige plaats waarvan we min of meer zeker weten dat we een internetcafe kunnen vinden is in de hoofdstad Damascus. Dus gaan we op pad nog niet zeker wetend of we buiten de stad parkeren en dan een bus nemen de stad in of zelf rijden. Maar voor we het weten belanden we al midden in de chaos in Damascus. Het meest zijn we op ons hoede voor de al zwaar gedeukte taxi's. Die geven niet om een deuk meer of minder en wij wel. Toch hebben we er wel lol in. Maar het rijden in Damascus is nog niet eens ons grootste probleem. Dat is nl. het vinden van een parkeerplek. Na een half uur zien we een klein plekje vrij. Marlous springt de bus uit, rent naar de lege plek en posteert zich midden in de vrije opening. Gerard zet hem onder veel getoeter van andere automobilisten ertussen terwijl Marlous ervoor zorgt dat er geen deuken in de bus worden gereden door gele taxi-maniakken. We hebben het gered, een plek midden in Damascus voor de bus.
Dan gaan we op zoek naar een internetcafe. Marlous heeft de kaart en Gerard de GPS. Dat blijkt niet zo'n handige combi, want 2 stuurmannen op 1 schip... (of was het gezegde anders?) Nadat we het uitgesproken hebben volgen we een andere taktiek. Gewoon vragen aan een Syriër. Dat werkt beter en zo belanden we in een internetcafe wat voornamelijk bevolkt wordt door harige backpackers. Het internet is niet snel maar we kunnnen het reisverhaal van Turkije plaatsen en flink mailen met de familie thuis.
Nadat we het laatste stukje terug gerend hebben omdat de parkeerticket verloopt zijn we weer bij de bus.
De laatste stop in Syrië die we voor ogen hebben is Bosra. Het amphitheater is 1 van de vele Romeinse overblijfselen in dit land. Wat ons betreft is er behalve belachelijk veel Romeinse vondsten niet zo bijster veel te beleven in dit land. De overgang van het moderne Turkije naar het streng Islamitische Syrië was dan ook (te) groot. Waar sommige landen heel veel indruk op ons maakten was dat met Syrië wat minder. We staan dan ook te trappelen om de grens naar Jordanië over te gaan. De verhalen die we gehoord hebben over Jordanië beloven veel goeds.